Inleiding
Over de geschiedenis van de stad Amersfoort is veel geschreven. De twee bekendste oude boeken zijn geschreven door Van Bemmel (uitgave 1760) en door Van Rootselaar (uitgave 1878). In 1948 verscheen het Heemschutboekje, geschreven door Van Hasselt, terwijl in 1959, ter gelegenheid van het feest rond Zeven eeuwen Amersfoort, het gelijk-getitelde boekje van Halbertsma het licht zag. Een boek waarin men niet zoveel stadshistorie zou verwachten, is de voortreffelijke geschiedenis (met veel bronvermeldingen) door Reynders van de Latijnse School en Gymnasium uit 1928.

De reeks werd in 1975 (1982: 2e ed; 1986: 3e ed) voorlopig afgesloten met het boek van Hovy: Amersfoort in prent; dit is niet alleen een kijkboek, zoals de titel enigszins suggereert, maar het bevat ook een essentieel deel van de kennis over Amersfoort van deze oud-gemeentearchivaris. Wat luchtiger van presentatie is Ach lieve tijd, 900 jaar Amersfoort en de Amersfoorters uit 1986.

Naast deze werken waarin min of meer de grote lijn van de lokale geschiedenis wordt aangehouden, is er een overstelpend aantal kleine publicaties waarin interessante details als het ware verdronken zijn. We denken aan de vroege Jaarverslagen van de Oudheidkundige Vereniging Flehite, aan het tijdschrift Flehite (inmiddels ruim 25 jaargangen), aan reeksen artikelen in de Amersfoortse Courant en De Stad Amersfoort. Ook de deeltjes van de Amersfortia-reeks en buiten het verband van enige reeks verschenen werken bevatten een schat aan informatie. Er zijn veel ongepubliceerde scripties bij diverse onderwijsinstellingen over 'Amersfoortse' onderwerpen gemaakt. Tenslotte zijn er publicaties in tijdschriften waar je ze niet direct zou verwachten.

In de loop van de jaren heb ik veel historisch materiaal over Amersfoort verzameld. Het Gemeentearchief bezit, naast originele documenten, een documentatie, evenals het Museum Flehite. In het Gemeentearchief is het materiaal hoofdzakelijk thematisch ontsloten; in Flehite is het materiaal zo compleet mogelijk per auteur verzameld en beschikbaar. Daarnaast heeft het museum een documentatie betreffende hier gewerkt hebbende en werkende kunstenaars.

Voor U ligt nu een Historische Encyclopedie van Amersfoort. Het was mijn doel de belangstellende en de werker in dit veld snel, thuis in zijn leesstoel of achter zijn werktafel, inlichtingen te verschaffen over de Amersfoortse historie. Het is niet mijn bedoeling geweest om de Amersfoortse geschiedenis, op enkele uitzonderingen na, systematisch in een breder, bovenregionaal of landelijk, kader te plaatsen. Wel is steeds de relatie stadsgeschiedenis - lokale archeologie behandeld.

De dieper gravende (amateur-)onderzoeker krijgt de mogelijkheid, door verwijzingen, zich vertrouwd te maken met de bestaande literatuur. Het is namelijk merkwaardig dat, tot nu toe, de overzichtswerken van de Amersfoortse geschiedenis geen concrete literatuurverwijzingen bevatten. Bovendien bevatten deze overzichtswerken, behalve Van Bemmel uit 1760, geen of geen behoorlijke indexen. Dit alfabetisch-lexicografisch opgezette boek voorziet daarin; daarnaast is het in feite ook een index op het tijdschrift Flehite (tot en met heden) en de vroege Jaarverslagen van de oudheidkundige vereniging Flehite (over 1883-1933), voor zover het informatie (oorspronkelijke artikelen, besprekingen en signaleringen) over de stad Amersfoort betreft. De publicaties over de gouw Flehite zijn niet alle verwerkt; ik verwijs hiervoor naar de *Klappers van H.L. *Aller, die als bibliografie een zekere waarde hebben.

Dit werk is niet het eerste boek over een Nederlandse stad in encyclopedievorm: plaatsen als Amsterdam (in 1952, 1966 en 1995), Den Haag (1962), Rotterdam (1970) en Delft (1984) gingen ons voor. Voor de stad Utrecht werd het materiaal hoofdzakelijk chronologisch gerangschikt; het werk bevat een alfabetische lijst van kloosters en gasthuizen alsmede een uitgebreide index.

Dit boek is een bloemlezing uit, of een signalering van, de bestaande literatuur over Amersfoort. Ik ben schatplichtig aan de vele onderzoekers vóór mij. De tekst van de meeste lemmata berust niet, behoudens die van enkele onderwerpen, op eigen bronnenonderzoek. Men kan het boek zien als een aanzet tot een bibliografische encyclopedie. Tegenspraken, die in de literatuur over Amersfoort te vinden zijn, zijn hier zeker niet 'even' opgelost; maar naar beste weten is zoveel mogelijk de meest waarschijnlijke of meest betrouwbare oplossing gekozen. Een aantal tegenspraken is gewoon blijven staan. Het is daarom altijd goed om bij alle problemen tot de oorspronkelijke publicatie of zelfs tot het oorspronkelijke archiefstuk terug te gaan, dat is in het verleden helaas bij lang niet alle publicaties gebeurd.

Mogelijk brengt het boek, onder andere door het impliciet 'zichtbaar' worden van lacunes, ideeën voor verder onderzoek, publicatie of scriptie; er is op het gebied van de lokale en regionale geschiedenis nog genoeg te doen! Er is wel veel geschreven over Amersfoort en omgeving, maar er is ook veel overgeschreven. Veel artikelen blijken de derde of vierde herhaling van wat eens origineel onderzoek was. Het boek kan tevens dienen als hulp of geheugensteun bij het sinds augustus 1993 in het voortgezet onderwijs verplichte vak 'omgevingsgeschiedenis'.

Het hier gepresenteerde boek bevat veel 'feitjes', maar wil een overzichtswerk zijn; het moet hanteerbaar en toegankelijk blijven. Dat betekent dat een strenge begrenzing van de stof nodig is en dat, hoe spijtig ook, zelfs binnen die begrenzing enige, soms niet geheel objectieve, selectie moet plaatsvinden. De lemmata zijn daarom ook niet altijd complete opstellen; de verwijzing naar uitgewerkte teksten stond voorop. Daarnaast vergroten veel trefwoorden met zeer kort gehouden lemmata en interne verwijzingen de trefkans om een onderwerp en de ermee samenhangende literatuur op te sporen.

Eveneens zijn sommige details (zoals enkele geboorte- of sterfjaren) bewust opengelaten; zonder intensief oorspronkelijk onderzoek waren zij niet te verkrijgen. In een volgende editie of in het eigen exemplaar van de lezer kunnen ze gemakkelijk aangevuld worden. Het snel, maar niet onverantwoord snel, beschikbaar komen van dit boek leek mij voor de lezer of onderzoeker van belang.

Een chronologische begrenzing is, dat deze encyclopedie materiaal bevat dat betrekking heeft op een periode die loopt van de vroegste (pre)historische tijd tot ongeveer 1920. Gebeurtenissen na 1923 worden bijna niet behandeld; het einde van de eerste wereldoorlog is hier voor mij een duidelijke grens.

Allereerst had dit een praktische reden; de haalbaarheid van het éénmansproject, dat moest leiden tot een hanteerbaar boek van redelijke omvang, werd er door vergroot. Immers, na 1920 kwam er voor het eerst een grootschalige ontwikkeling buiten de oorspronkelijke tweede stadsmuur op gang: de aanleg van het Bergkwartier. Na dit begin werd de stedelijke, militaire en industriële bebouwing rond de oude stad steeds intenser en dat zou zeker gevolgen hebben voor de in dit gebied gewenste informatiedichtheid. Deze chronologische begrenzing gaf ook een zekere distantie in de tijd; hierdoor werd de onderlinge afweging van het belang der opgenomen feiten beter mogelijk.

De gehele twintigste eeuw wordt specifiek behandeld en door middel van een alfabetische index ontsloten in de tussen 1995 en 1997 verschenen 16 afleveringen (alleen al 388 pagina's!) van het onder redactie van B.G.J. Elias en anderen tot stand gekomen seriewerk Amersfoort zoals het was. Tenslotte moeten we bedenken dat de loop van de meeste stedelijke gebeurtenissen in onze eeuw zeer intensief gevolgd is door de, zeer toegankelijke, lokale couranten. Een uitzondering op de aangenomen chronologische grens vormen de biografietjes van hen die zich voor het onderzoek van de Amersfoortse geschiedenis en voor de Amersfoortse monumentenzorg, ook na 1920, verdienstelijk hebben gemaakt. Hun publicaties zijn in het literatuuroverzicht en bij de diverse lemmata opgenomen. Bij systematisch literatuuronderzoek is kennis van deze namen en enige biografische gegevens handig; het is tevens een bijdrage tot de historiografie van de geschiedenis van Amersfoort.

Er zijn twee stappen in de ruimtelijke begrenzing. In de eerste plaats de tweede stadsomwalling. Het behandelde heeft vaak te maken met het, krachtens de Monumentenwet, Beschermde Stadsgezicht. Veel wat buiten die tweede stadsmuur, maar wel in de gemeentelijke bebouwing, een plaats vond doet niet mee. De tweede, ruimtelijk wat vagere, grens is een cirkel rond de oude Stad Amersfoort met een straal van ca 6 km. Dit gebied, eens een deel van de gouw Flehite, komt ruwweg overeen met Vrijheid der Stad en met de huidige Gemeente Amersfoort; het is aangevuld met kleine delen van de Gemeenten Leusden en Hoevelaken. Om enige voorbeelden van wel behandelde stof in dit buitengebied te noemen: Hoevelaken, eens vanuit Amersfoort ontgonnen, heeft een lemma; Leusden en de grafheuvels op de Leusderhei eveneens. De Birkt met zijn kloosters wordt behandeld; hetzelfde geldt voor Hoogland, de buitenplaats Randenbroek en de Woestijgerweg. Liendert komt niet voor als een jonge wijk van de gemeente, maar wel als voormalig gehucht N van Amersfoort. Bij de keuze van een aantal buitenstedelijke onderwerpen ben ik onder andere geleid door het literair niet imponerende, maar wel informatieve gedicht van Pieter Pijpers Eemlandsch Tempe uit 1803.

Veel toponiemen (bv straatnamen e.d.) hebben binnen de ruimtelijke begrenzing aandacht gekregen; immers deze verbaal of schriftelijk overgeleverde taalresten moeten we als monumenten beschouwen. Veranderingen van echt oude namen zijn eigenlijk uit den boze; het is te vergelijken met de achteloze sloop van een markant gebouw.

De Stephensonstraat komt, als niet-specifiek Amersfoorts toponiem en buiten de tweede stadsmuur liggend, niet als lemma voor. Pieter Both wel als Amersfoorts persoon en 'zijn' laan wordt vermeld. De buiten-Stad-Amersfoortse onderwerpen zijn echter, in het algemeen, wel minder gedetailleerd uitgewerkt; soms slechts met een literatuurverwijzing.

Binnen dit geschetste kader worden alle straten (met, voor zover duidelijk, de betekenis van de naam) van de stad en de daaraan staande historisch of monumentaal belangrijke huizen behandeld. Enkele publieke organen, gebouwen en instellingen worden apart behandeld. Voorts vindt de gebruiker informatie over, voor de geschiedenis van Amersfoort, belangrijke nijverheid, winkels, rampen en ziekten.

In de biografische sfeer is zeer strenge selectie noodzakelijk; behandeling van alle ooit geleefd hebbende Amersfoortse personen of zelfs families is onmogelijk. Ik heb uit diverse sociale groeperingen (van burgemeesters - via notarissen, kunstenaars en geleerden - naar handwerkslieden) een helaas sterk subjectieve greep gedaan; de keuze is beperkt tot de opmerkelijkste personen en vaak bepaald door (enig) eigen onderzoek of belangstelling. Meestal zijn geboorte- en sterfjaar bekend; soms kende ik slechts een activiteitsperiode. Voor een sterk gedateerd en volstrekt incompleet overzicht van Amersfoortse 'Vermaarde en geleerde mannen' zie: van Bemmel, 1760, pp. 433-443. Veel, niet gemakkelijk elders te vinden, min of meer recent biografisch materiaal bevat het boekje van Diesveld, Hendriksen en Van der Neut, Kent U ze nog ... de Amersfoortse Keietrekkers uit 1974; helaas bevat dat werk geen personen-index.

Ook maatschappelijke onderwerpen als de 'Doodstraf', 'Plooierijen' 'Reformatie' of het 'Restauratiebeleid van Monumenten' komen aan de orde. Door gebruik van korte verwijzingen en terugverwijzingen van lemma naar lemma, wordt de toegankelijkheid en de samenhang van het materiaal, gekoppeld aan alfabetisch gerangschikte trefwoorden, vergroot. Gepoogd werd zoveel mogelijk bijeenhorende informatie bijeen te noteren; doublures wilde ik daarbij niet altijd voorkomen, ook die verhogen de toegankelijkheid.

Iedere middeleeuwse stad had om allerlei redenen goede relaties met de hele 'santekraam'; ook zij krijgt de nodige aandacht. Toponiemen met een heilige als naamgevend element komen onder de specifieke naam voor: zo komt St Barbaraklooster onder de B. Korte levensbeschrijvingen van in Amersfoort naamgevend of anderszins actief geweest zijnde heiligen zijn verzameld onder SINT; de WP en Timmers, 1974 zijn hier mijn bronnen.

Een jaartallenlijst (Appendix A; met terugverwijzingen naar de hoofdtekst) van de stadsgeschiedenis ontsluit, als een kroniek, het materiaal chronologisch. Aan het slot is een literatuuroverzicht (Appendix B) van vaker gebruikte literatuur opgenomen; specialistische, slechts enkele malen gebruikte, publicaties worden alleen bij het betrokken lemma in de hoofdtekst genoemd; zij zijn zo thematisch ontsloten.

Door op deze wijze het historisch materiaal betreffende Amersfoort, afkomstig uit verschillende bronnen, te presenteren komen 'automatisch' per persoon of familie, per straat of chronologisch, mogelijk enigszins causaal, verbonden zaken bijeen. Zo'n constatering kan weer uitgangspunt voor nader onderzoek zijn.

Het nemen van de beslissing om een encyclopedie als deze te schrijven is betrekkelijk licht genomen; de uitvoering verwordt al snel tot een deprimerende plicht, want zij is, zoals uit het bovenstaande blijkt, gedoemd tot incompleetheid. Over zo'n beperkt gebied (Amersfoort) kan niet alles - wegens verregaande algemene onbelangrijkheid - opgenomen worden. Ook weten we zeker niet 'alles'; er is nog veel te doen! Maar iemand moet beginnen, waarbij de tegenwoordige technologie (wordprocessing) het hem en zijn opvolgers gemakkelijk maakt. De betrokken 'file' kan immers gemakkelijk bijgewerkt worden; vandaar mijn poging. Gaarne ontvang ik commentaar: eventueel evenwichtiger behandeling van thema's en gemiste onderwerpen, aanvulling of verbetering. Een volgende generatie onderzoekers zou de chronologische begrenzing (ca 1920) per decennium naar het heden kunnen verplaatsen of het gebied binnen de tweede ruimtelijke grens (die krachtens het uitgangspunt - Amersfoort - niet te veel naar buiten verlegd kan worden) met meer topografische, politieke, zakelijke en biografische details kunnen opvullen.

Ik dank velen voor hun hulp; ik kan hen niet allen noemen, maar de literatuurverwijzingen zijn de monumenten van mijn dankbaarheid. Gaarne noem ik toch de volgenden: Mevrouw L. van Hoorn-Koster en de heer W.J. van Hoorn in verband met de met hen door de jaren gevoerde gesprekken over Amersfoortse historische onderwerpen en voor de concrete gegevens die zij mij, als vruchten van hun onderzoek, in de loop van die jaren toespeelden. C. van den Braber verschafte mij de beschrijvingen van de monumenten in de stad. Onze, inmiddels vorige, Gemeentearchivaris Drs. P.C.B. Maarschalkerweerd dank ik voor zijn bemoedigende en kritische opmerkingen. Tot slot dank ik hen die, ieder op zeer eigen wijze, reageerden op een, in zeer beperkte oplage gemaakte, vóór-versie van dit boek: H.Th. Drenth, Drs. B.G.J. Elias, Mr. D.C. Hoevers, Drs. T. d'Hollosy, F. v.d. Hoven, Drs. R.M. Kemperink, Mevr. J. v.d. Rest-Stoop, Drs. F.M.E. Snieder, D.C.W. Steenbeek en Dr. J.H. v.d. Werf. Uiteraard blijf ik zelf verantwoordelijk voor eventuele onjuistheden.

Tot slot dank ik de Algemene Boekhandel en de firma Makelaars Van Haselen voor de manier waarop zij hun belangstelling voor dit boek materieel gestalte gaven.

Op de eerste editie van dit boek heb ik erg veel reacties (aanvullingen en verbeteringen) ontvangen. Ik ben daar zeer dankbaar voor en ik heb ze zoveel mogelijk in deze tweede editie verwerkt. De encyclopedie is er ook gebruikersvriendelijker door geworden. Mijn dank gaat uit naar de volgende informanten. Wederom naar Mevrouw en de Heer Van Hoorn; de Heren Drenth en Steenbeek, Mevrouw Snieder en de Heer d'Hollosy. Nieuwe aanbrengers van informatie waren: Mevrouw en de Heer (J. en L.G.) Alberts, Dr. P. Bangma, Dr. P. van den Brink, Drs. H.Th. Hormann, Dr. F.J.W. van Kan, Mevr. N. Mayer-Hirsch, Ds. J.R. Nienhuis, Mevr. B. Reineke-Lugard, W.M. Schoenmakers, Chantal Sjamaar (mijn jongste lezer), Drs. A.J.M. Slijkerman, Dr. A.D. Verlinde en Hans Werkman.

Amersfoort, 1 augustus 1999.